Schoolgids

 

De Zorgverbreding en leerlingenzorg

Schoolorganisatie
De directie bestaat uit een directeur en een adjunct-directeur; onderwijsinhoudelijke- en organisatorische zaken worden besproken het MT (=Management Team). In het MT hebben de directie en de interne begeleiders (als afgevaardigden) van de verschillende clusters zitting. Het MT neemt gezamenlijk beslissingen; de directie neemt de eindbeslissing en heeft hierover de eindverantwoordelijkheid.

 

Onderwijsdoelen
De school bepaald aan de hand van de “Doelen van Basisontwikkeling” en de “mijlpalen” (van Transfergroep Hoge school Rotterdam) of de leerlingen binnen het jaar de tussendoelen bereiken; hierop wordt toegezien binnen de groepsbesprekingen (groepsleerkracht en IBer) en zonodig actie ondernomen.

 

De Intern Begeleider (afgekort IBer)
De interne begeleider heeft een ondersteunende en adviserende taak in het volgen van de ontwikkeling van uw kind samen met de leerkracht. De IBer volgt de resultaten en de voortgang binnen de groep via de groepsbesprekingen (zie ook; groepsdocument en groepsplan) . Problemen kunnen zich voordoen op het gebied van: de verstandelijke ontwikkeling; sociaal-emotionele ontwikkeling (gedrag); lichamelijke ontwikkeling (oa. motoriek); problemen in de thuissituatie; opvoeding; kindermishandeling.
Ouders/verzorgers worden op de hoogte gehouden over de ontwikkeling van hun kind. Indien de problemen aanleiding geven tot nader onderzoek kan een meer gespecialiseerde deskundige worden ingeschakeld van o.a. de CED. (Centrum Educatieve Dienst). Externe hulp wordt alleen ingeschakeld met toestemming van de ouders/verzorgers. De uitkomst van onderzoek met handelingsgerichte adviezen worden doorgesproken met ouders en de leerkracht. Een en ander kan leiden tot handelingsadviezen voor begeleiding in de klas of een advies voor nader onderzoek.
Als school en ouders van mening zijn dat uw aanmelding bij de Commissie Leerlingen Zorg (C.L.Z.)die dan de problematiek verder gaat onderzoeken. De CLZ komt op school voor een klassenobservatie van leerkracht en kind. Daarna volgt een gesprek met de leerkracht en IBer, met afsluitend een oudergesprek.
De aandachtspunten op het gebied van onderwijs en (leerlingen)zorg, worden besproken met de directie binnen het MT.

Bovenstaande stappen staan beschreven in ons Zorgprotocol. De namen van de Interne Begeleiders vindt u in de bijlage.


 

De individuele leerlingenzorg binnen de Peperklip
Iedere groepsleerkracht vult na de eerste schoolweken in het nieuwe schooljaar een groepsdocument in; hierbij krijgen leerkracht(en) en interne begeleider inzicht in de structuur en het niveau van de groep. Aan de hand van dit document worden er in een groepsbespreking tussen de leerkracht en de IBer afspraken gemaakt.
Wanneer de leerkrach
t binnen de groep problemen signaleert bij een kind, wordt dit kind specifiek besproken in de groepsbespreking met de IBer. Hieruit vloeit voort dat het kind hulp krijgt via een vooropgesteld plan. Handelingen en vorderingen worden dagelijks kort vastgelegd, door de leerkracht, in een handelingsplan. Indien nodig wordt de hulp bijgesteld.

 

Observatie en toetsing
Om precies bij te houden hoe de ontwikkeling van uw kind verloopt, hebben wij een leerlingvolgsysteem. In het zgn. leerling-dossier verzamelen wij de gegevens van de leerlingen. Allereerst wordt er tijdens het inschrijvingsgesprek samen met u door de directeur een z.g.n. kennismakingslijst ingevuld om een voorzichtig beeld van uw kind thuis en op de peuterspeelzaal te krijgen. Aan de hand van deze informatie wordt uw kind in een kleutergroep ingedeeld.

Verdere gegevens omtrent de ontwikkeling van uw kind worden verzameld door middel van toetsing; het signaleren en observeren van de leerkracht binnen de eigen groep en het overleg met de IBer binnen de groepsbespreking.

 

Leerlingvolgsysteem Sociale Competentie: “Op School”
Twee maal per jaar wordt het leerlingvolgsysteem “Op School” ingevuld, dit heeft betrekking op de Sociale Competentie van het kind. In geval van sociaal-emotionele problemen stelt de leerkracht via deze screening een plan van aanpak op. 

 

Leerlingvolgsysteem: Cito
zie Toetsing

 

HOREB
(Handelingsgericht observeren, registreren en beschrijven)
In de groepen 1/2 wordt er gewerkt met het ontwikkelingvolgsysteem HOREB. Aan de hand van observatielijsten wordt de ontwikkeling van uw kind bijgehouden. Na de eerste week krijgt u de gelegenheid in een gesprek met de leerkracht te vertellen over uw kind: het ‘Dit ben ik – gesprek’ .

Na 3 maanden volgt een eerste ‘Stand van zakenoverzicht’ en al eventuele zorg wordt gedeeld met u als ouder. In de volgende periode tot de vijfde verjaardag wordt het ontwikkelingsverloop van uw kind door de leerkracht gevolgd en bijgehouden in de HOREB observatielijst en het kinderdagboek

In groep 2 bekijken we of bij het kind de leervoorwaarden die nodig zijn om het onderwijs in groep 3 te kunnen volgen, voldoende aanwezig zijn aan de hand van de  ‘verwachtingskaart’ (rond november) . In het tweede rapportgesprek kan al worden aangegeven of uw kind in juni rijp genoeg is om na de zomervakantie naar groep 3 te gaan. Eventueel vindt er in februari nog een screening plaats naast de Cito-Taaltoets en de Toets Ordenen.

Het derde rapportgesprek van de kleuterloopbaan vindt in juni plaats. Wanneer een kind nog niet rijp genoeg blijkt te zijn voor de leervoorwaarden van groep 3, hebben wij de mogelijkheid om te overwegen uw kind een extra jaar in groep 2 te houden . Er wordt in de 1/2 groepen zeer gericht aandacht besteedt aan de leer- en ontwikkelingsvoorwaarden van de 3e groep.

Toetsing in groep 3 t/m 8
In de groepen 3 t/m 8 wordt er gebruikt gemaakt van de methodegebonden toetsen voor taal, lezen en rekenen. Deze toetsen maken dus structureel deel uit van de methode die we gebruiken. Als uit een toets blijkt dat een kind nog moeite heeft met een bepaald stuk van de leerstof wordt eerst hulp geboden voordat het kind verder mag gaan.

Naast deze toetsen voegen wij er voor de verschillende vakken nog niet methode gebonden toetsen aan toe:


In groep 7 wordt de CITO   entreetoets afgenomen. Dit is voor de kinderen niet iets om sla¬peloze nachten van te krijgen, want het dubbele nut van deze toets is om:

In groep 8 worden de leerlingen in februari "onderworpen" aan de CITO eindtoets. Door middel van deze toets krijgen wij naast de inschatting van de leerkracht een beeld van het type voortgezet onderwijs waarvoor uw kind geschikt zou kunnen zijn.

 

Rapportage
In groep 1 start de leerkracht met het “Dit ben ik” gesprek bij nieuwe leerlingen. (na de 1e week). In de groepen 1 t/m 7 wordt drie keer per jaar (november; maart en juni) een rapport uitgereikt. In de groepen 8 gebeurt dit tweemaal (in november en maart), waarbij het laatste rapportgesprek tevens het adviesgesprek is voor uw kind richting het Voortgezet onderwijs.  Ouders/verzorgers worden uitgenodigd voor een tien-minuten-gesprek op school. Bij gezinnen met meerdere kinderen wordt in het rooster rekening gehouden met aansluitende tijden.

 

  Naar boven